Chroom-6, ook wel geschreven als Cr(VI), is een bepaalde verschijningsvorm van het metaal chroom. Het wordt al decennialang in de industrie gebruikt, maar is ook bekend als kankerverwekkend. Wie er zonder goede bescherming mee werkt, loopt het risico ziek te worden.
Chroom-6
Herkennen, meten en beheersen van Cr(VI)
Wat is het, waar zit het en wat doet het?
Kennis over chroom-6
- Het komt niet los voor, maar altijd gebonden in een verbinding, zoals chromaat of dichromaat.
- Het hecht zich aan andere stoffen, bijvoorbeeld zink, lood of calcium.
- Het beschermt tegen roest en werd veel gebruikt als kleurstof (loodchromaat geeft bijvoorbeeld een gele kleur).
- Het is chemisch zeer actief. In het lichaam wordt het omgezet in het stabielere Cr(III).
- Juist die reactiviteit maakt dat het cellen en DNA kan beschadigen.
- Oude verflagen en coatings op staal, beton en hout, zoals bij bruggen, spoorwegen en woningen.
- Roestwerende grondlagen en coatings in de luchtvaart en industrie.
- Installaties die heet worden, zoals turbines en procesapparatuur. Daar kan Cr(VI) ontstaan doordat chroom uit het staal reageert met calciumhoudende isolatie.
- Lassen en slijpen van roestvast of hooggelegeerd staal.
Uit onderzoek zijn onder meer deze gezondheidseffecten bekend:
- Longkanker bij langdurig inademen van stof of dampen met chroom-6.
- Kanker van de neus en neusbijholten.
- Astma en andere klachten aan de luchtwegen.
- Huidklachten, zoals irritatie en allergisch contacteczeem.
Hoe groot het risico is, hangt af van de concentratie, hoe lang en hoe vaak iemand wordt blootgesteld, de manier van blootstelling en de beschermende maatregelen die genomen zijn.
Strenge regels voor een kankerverwekkende stof
Welke wetgeving geldt er?
1 µg/m³
5 µg/m³
42%
Werkgevers moeten nagaan of materialen Cr(VI) bevatten en bepalen welke beheersmaatregelen nodig zijn, aan de hand van de STOP-strategie.
- Binnen de Europese CLP-verordening is Cr(VI) ingedeeld als kankerverwekkend, categorie 1A of 1B.
- Via REACH wordt het gebruik van Cr(VI) steeds verder beperkt, met als richting een vrijwel volledig verbod.
Hoe word je blootgesteld?
Blootstelling
Er zijn drie manieren waarop werknemers met Cr(VI) in aanraking komen:
- Schuren, slijpen of stralen van oude verflagen.
- Lassen of snijden in chroomhoudend staal.
- Werken aan hete installaties waar Cr(VI) in de isolatie is ontstaan.
- Rechtstreeks contact met stof of verfresten.
- Vervuilde kleding of handschoenen.
Let op: de meeste Cr(VI)-verbindingen in verf lossen slecht op in water. De verbindingen onder thermische isolatie zijn juist wel wateroplosbaar, waardoor de huid ze makkelijker kan opnemen.
- Vieze handen bij eten, drinken of roken.
- Vervuilde oppervlakken in kantines, schaftruimtes of bedrijfswagens.
Meten is de enige manier om zekerheid te krijgen
Hoe stel je chroom-6 vast?
Je kunt Cr(VI) niet betrouwbaar herkennen aan uiterlijk, geur of kleur. Meten is de enige manier om zekerheid te krijgen. Een goede aanpak bestaat uit:
- Tekeningen, bestekken, verfgegevens en onderhoudsrapporten.
- Bouwjaar, soort toepassing en sector (bijvoorbeeld defensie, spoor, bruggen of energiecentrales).
- Bij isolatie kan een sneltest een eerste indruk geven.
- Een negatieve uitslag van zo’n sneltest is erg onbetrouwbaar. De Arbeidsinspectie accepteert een sneltest daarom niet als enige bewijs.
- Na een negatieve sneltest moet altijd een laboratoriumanalyse volgen.
- Voor verf is laboratoriumonderzoek nodig om Cr(VI) betrouwbaar aan te tonen.
- Een gevalideerde, kwantitatieve analyse vormt de basis voor goede beslissingen.
- NEN 5617:2022 is een semi-kwantitatieve methode voor gedroogde verfmonsters. De nauwkeurigheid is beperkt, omdat zink en aluminium de meting kunnen verstoren.
- NEN-EN-ISO 15192:2021 is ontwikkeld voor afval en bodem en is door verstoring vanuit de matrix niet geschikt voor gedroogde verf.
- Met aangepaste ontsluitingstechnieken is de Cr(VI)-concentratie in verschillende materialen nauwkeuriger te bepalen.
Welke testmogelijkheden zijn er?
Testmogelijkheden
- Een positieve uitslag wijst op mogelijke aanwezigheid van Cr(VI).
- Een negatieve uitslag sluit Cr(VI) niet uit.
- Bij een negatieve uitslag is altijd aanvullend onderzoek nodig.
- NEN 5617:2022 (semi-kwantitatieve bepaling in gedroogde verfmonsters).
- ASTM D6966-18 (stofbemonstering van oppervlakken met veegmonsters).
- Methoden die Cr(VI) stabiliseren, zodat storende metalen het niet kunnen omzetten tijdens de analyse.
Toepassingen:
- Onderzoek rond gasturbines, WKK-installaties en andere installaties.
- Vrijgavemetingen op locatie.
Voor een kwantitatieve onderbouwing blijft laboratoriumonderzoek het advies.
Wij werken volgens de SEEF-methode
Onderzoeksmethode
De SEEF-test is gebaseerd op de NIOSH 7600-methode, de Amerikaanse standaard voor het meten van chroom-6 van het National Institute for Occupational Safety and Health. Diverse geaccrediteerde laboratoria in Nederland hebben hun accreditatie verworven op een eigen variant van deze methode.
01
Zodra de extractie is voltooid, kan de meting worden uitgevoerd. Als er binnen 3 minuten een zichtbare licht roze tot diep paarse kleur ontstaat, is met zekerheid vast te stellen dat er chroom-6 aanwezig is. Als er géén verkleuring zichtbaar is, wordt de controle meting uitgevoerd.
02
Wanneer de controle meting niet verkleurt, zijn er hoogstwaarschijnlijk reducerende stoffen in het sample aanwezig, zoals zink of aluminium. Mogelijk is er chroom-6 in het sample aanwezig; dit kan enkel middels vervolgonderzoek worden vastgesteld.
03
Wat te doen bij een vermoeden van chroom-6?
Stappenplan
01
02
03
04
05
06
Van de werkvloer tot de directietafel
Ondersteuning voor jouw organisatie
- Vooronderzoek en risico-inschatting.
- Inventarisatie en monstername in het veld (veegmonsters volgens ASTM D6966-18, materiaalmonsters en luchtmetingen).
- Uitleg van de resultaten in relatie tot de grenswaarden.
- Praktisch advies over werkmethoden, afzuiging, persoonlijke beschermingsmiddelen en vrijgavecriteria.
- Opzetten of verbeteren van beleid rond gevaarlijke stoffen.
- Verwerken in de RI&E, meerjarenplannen en inkoopcontracten.
- Opzetten van een blootstellingsregister dat aan de wet voldoet.
- Trainingen en bewustwordingsprogramma’s.
- Rapportages voor directie, ondernemingsraad en toezichthouders.
Antwoorden op de meest gestelde vragen over chroom-6
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van de hoeveelheid, de duur en de manier van blootstelling. Een korte, lage blootstelling geeft een kleiner risico dan jarenlang werken zonder maatregelen. Omdat Cr(VI) kankerverwekkend is, geldt op de werkvloer dat blootstelling zo ver als redelijkerwijs mogelijk beperkt moet worden, met een strenge grens van 1 µg/m³.
Je kunt het vergelijken met een loterij: stel je een bak voor met een miljoen witte ballen en één zwarte. Elke blootstelling is een extra trekking, en elke trekking vergroot de kans op de zwarte bal. Wie vaker wordt blootgesteld, loopt dus meer risico. Toch kan de één na veel blootstelling gezond blijven, terwijl een ander bij minder blootstelling wel ziek wordt.
Chroom-3 (Cr(III)) is de stabielere vorm en een stuk minder schadelijk dan Cr(VI). Het lichaam zet Cr(VI) uiteindelijk om in Cr(III), maar als die omzetting binnen de cel plaatsvindt, kan het DNA beschadigd raken.
Nee. Cr(VI)-verbindingen komen in allerlei kleuren voor en sommige toepassingen vallen visueel helemaal niet op. Kleur of glans zegt dus niets; meten en analyseren is altijd nodig.
Een sneltest is handig als eerste screening, maar is niet betrouwbaar genoeg om op te varen. Voor beleidsbeslissingen, juridische geschillen, vrijgave van objecten of rapportage aan de toezichthouder heb je een gevalideerde laboratoriumanalyse nodig, volgens normen als NEN 5617 en ASTM D6966-18.
Swabtest (indicatief):
- Geeft snel een positieve indicatie.
- Gevoelig voor vals-negatieve uitslagen.
- Niet bruikbaar als juridisch bewijs of als basis voor beleid.
- Niet geschikt voor verf.
On-site testkit (betrouwbaar):
- Betrouwbare detectie met vergelijkbare chemie als in het laboratorium.
- Veel minder verstoring door zink en aluminium.
- Geschikt voor isolatie, smeermiddelen en anti-seize pasta.
- Kan ook verf meten, maar voor verf heeft laboratoriumonderzoek sterk de voorkeur.
- Bruikbaar als onderbouwing voor rapportages, werkplannen en vrijgaves.
Nee. Cr(VI) verdwijnt niet uit materiaal of stof. Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld door contact met reducerende stoffen of veel vocht, kan het omzetten in het minder schadelijke Cr(III). Dat proces is echter niet te sturen, verloopt traag en kan zelfs terugdraaien: Cr(III) kan weer oxideren tot Cr(VI). Ga er dus nooit van uit dat Cr(VI) vanzelf verdwijnt; een betrouwbare analyse blijft noodzakelijk.
Luchtmetingen zijn zinvol als:
- Bij de werkzaamheden stof, rook of nevel vrijkomt.
- Onduidelijk is of werknemers ondanks maatregelen toch iets inademen.
- Aangetoond moet worden dat aan de grens van 1 µg/m³ wordt voldaan.
- Er een nul-, tussen- of vrijgavemeting nodig is.
- De werkelijke blootstelling nodig is om de RI&E te onderbouwen.
Materiaalonderzoek laat zien of Cr(VI) aanwezig is. Alleen een luchtmeting laat zien of werknemers het ook daadwerkelijk inademen.
Dat hangt af van:
- Het productiejaar: oudere coatings en grondlagen bevatten het vaker.
- De toepassing: corrosiebescherming, hittebestendigheid, chemische bestendigheid of kleur.
- De temperatuur: bij hoge hitte kan chroom uit het staal reageren met calcium in de isolatie, waardoor Cr(VI) ontstaat.
- Verschillen tussen leveranciers of productiebatches.
Zelfs binnen één installatie kan het ene deel wel Cr(VI) bevatten en het andere niet. Daarom werkt ProResearch met gerichte bemonsteringsplannen op basis van documentonderzoek, risicoanalyse en doelgericht testen.
Goede signalen zijn:
- In de RI&E wordt Cr(VI) expliciet als gevaar benoemd.
- Er is een blootstellingsbeoordeling gedaan op basis van metingen, getoetst aan NEN 689.
- Het beleid volgt de arbeidshygiënische strategie (aanpak bij de bron, afzuiging, PBM’s).
- Medewerkers zijn getraind en krijgen jaarlijks een opfriscursus.
- Er wordt een blootstellingsregister bijgehouden dat minimaal 40 jaar bewaard blijft.
- In contracten met aannemers staan eisen voor onderzoek, metingen en beheersmaatregelen.
- De resultaten worden jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
ProResearch helpt om zowel de technische als de organisatorische kant goed te regelen.
Ja. ProResearch ondersteunt organisaties bij het opstellen van beleid, het verwerken in de RI&E, meerjarenplanning, het opstellen van inkoopvoorwaarden, het interpreteren van meetresultaten en het trainen van medewerkers.
